Gebruik van antitrombotica tot 1 jaar na acute PCI
M. Timmermans, J. van Erkelens, J. Reitsma, C. Camaro, P. Danse, K. Arkenbout on behalf of the PCI registration committee of the Netherlands Heart Registration
Inleiding
In dit artikel is het gebruik van antitrombotica tot 1 jaar na acute percutane coronaire interventie (PCI) beschreven. Deze analyse was onderdeel van een kwaliteitsproject welke was uitgevoerd binnen de registratiecommissie PCI van de Nederlandse Hart Registratie (NHR), in samenwerking met Zorgverzekeraars Nederland en Vektis.
Methode
Een retrospectieve analyse werd uitgevoerd op basis van data uit de verzekeringsdatabase, beheerd door Vektis. Deze database bevat alle declaratiedata van zorg die door de zorgverzekeraars vergoed wordt en heeft een landelijke dekking.
Voor de analyse werden alle patiënten geïncludeerd die tussen 1 januari 2018 en 31 december 2020 een acute PCI ondergingen (zorgactiviteitcode 33238). Vanwege de follow-up duur van één jaar, werden patiënten die binnen 365 dagen na de interventie waren overleden, uitgesloten voor analyse. Indien een patiënt meerdere PCI’s onderging, werd alleen de eerste PCI van het kalenderjaar meegenomen in de analyse.
Het gebruik van antitrombotica werd herleid uit de medicatie-uitgiftegegevens van Nederlandse apotheken. Het aantal stuks dat per dag wordt gebruikt, werd bepaald door de verhouding tussen het aantal dagen tussen twee afleverdata en de hoeveelheid van de bijbehorende afgifte. Indien een vooraf vastgestelde ondergrens werd behaald, werd de patiënt gezien als gebruiker van antitrombotica. Deze ondergrens staat beschreven in tabel 1. Voor de verschillende middelen is per patiënt gekeken naar de laatste afgifte tussen 165 en 365 dagen na de PCI, evenals naar de eerste afgifte tussen 365 en 565 dagen na de PCI (365 dagen ± 200 dagen). Deze tijdsintervallen zijn gekozen omdat sommige patiënten een levering van 180 tabletten, voldoende voor een half jaar, afhaalden.
| ATC code | Omschrijving | Gemiddeld aantal stuks per dag | Gehanteerde ondergrens |
|---|---|---|---|
| B01AA04 | Fenprocoumon (vitamine K-antagonist) | 1,23 | 1,00 |
| B01AA07 | Acenocoumarol (vitamine K-antagonist | 2,56 | 2,00 |
| B01AE07 | Dabigatran (DOAC) | 2,08 | 1,60 |
| B01AF01 | Rivaroxaban (DOAC) | 1,05 | 0,80 |
| B01AF02 | Apixaban (DOAC) | 2,05 | 1,60 |
| B01AF03 | Edoxaban (DOAC) | 1,03 | 0,80 |
| B01AC04 | Clopidogrel (Trombocytenaggregatenremmer) | 1,02 | 0,80 |
| B01AC06 | Acetylsalicylzuur (Trombocytenaggregatenremmer) | 1,02 | 0,80 |
| B01AC22 | Prasugrel (Trombocytenaggregatenremmer) | 1,00 | 0,80 |
| B01AC24 | Ticagrelor (Trombocytenaggregatenremmer) | 2,05 | 1,60 |
Resultaten
In tabel 2 staan de resultaten per middel, en per combinatie van middelen, beschreven. Een patiënt kan in meerdere rijen worden opgenomen vanwege verschillende combinaties. In de rij 'minimaal 1 combinatie' wordt elke patiënt slechts één keer geteld, aangezien hier uitsluitend unieke personen worden geteld. Dezelfde cijfers staan in figuur 1 samengevat per meetmoment.
|
90 dagen |
180 dagen (n=16.320) |
270 dagen (=16.320) |
365 dagen (±200 dagen) (n=16.320) |
|
|---|---|---|---|---|
| Combinaties | ||||
| Acetylsalicylzuur + Clopidogrel | 14,9% | 16,5% | 15,2% | 7,5% |
| Acetylsalicylzuur + Ticagrelor | 48,2% | 46,0% | 39,4% | 14,2% |
| Vit.K-antoganist + trombocytenaggregatenremmers | 4,8% | 4,9% | 4,5% | 2,4% |
| DOAC + trombocytenaggregatenremmers | 7,8% | 8,0% | 7,4% | 3,3% |
| Acetylsalicylzuur + Prasugrel | 2,9% | 3,2% | 3,0% | 1,1% |
| Clopidogrel + Carbasalaatcalcium | 3,4% | 3,5% | 3,1% | 1,3% |
| Ticagrelor + Carbasalaatcalcium | 9,7% | 9,0% | 7,5% | 2,1% |
| Prasugrel + Carbasalaatcalcium | 1,2% | 1,2% | 1,0% | 0,4% |
| Overige combinaties | 0,4% | 0,3% | 0,1% | 0,1% |
| Minimaal 1 combinatie | 90,9% | 91,3% | 80,6% | 32,1% |
| Monotherapie | ||||
| Vit. K-antagonisten | 0,2% | 0,4% | 0,9% | 3,0% |
| DOAC | 0,4% | 0,7% | 1,6% | 5,9% |
| Trombocytenaggregatieremmers | 6,9% | 4,4% | 14,4% | 54,9% |
| Totaal, monotherapie | 7,5% | 5,5% | 16,9% | 63,8% |
| Totaal gebruik anti-trombotica | ||||
| Alle middelen/combinaties | 98,4% | 96,8% | 97,4% | 95,9% |
Conclusie
Ongeveer 97% van de patiënten die een acute PCI hebben ondergaan, gebruikt één jaar na de PCI antitrombotica. Kort na de PCI gebruikt het overgrote deel een combinatie van middelen, waarbij Acetylsalicylzuur + Ticagrelor de meest voorkomende combinatie is. Gedurende het jaar gaat het merendeel van de patiënten over op een enkel middel, waarbij trombocytenaggregatieremmers het meest voorkomend zijn.
