index icon
Index

Gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven en het effect van hart- en vaatziekten. Resultaten van de SF-12 vragenlijst

R.H. Wimmers1,  Y. Koop 1,2, M.L. Bots2, I. Vaartjes2

1 Hartstichting, Den Haag
2 Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijns Geneeskunde, Universitair Medisch Centrum Utrecht, Utrecht.

 

‘Kwaliteit van leven’ is een belangrijk element om de gevolgen van een ziekte te evalueren. Een veelgebruikte methode om de gezondheidsgerelateerde ‘kwaliteit van leven’ te beoordelen is de SF-12 vragenlijst. De 'Short Format 12' of afgekort de SF-12 vragenlijst is een kortere versie van de SF-36 vragenlijst en bestaat uit twaalf vragen die de fysieke en mentale gezondheid meten1. Deze vragenlijst wordt vaak gebruikt bij verschillende populaties, zowel gezonde individuen als mensen met verschillende gezondheidsproblemen. Bij de gezonde populatie wordt de SF-12 vragenlijst gebruikt om inzicht te krijgen in de algehele gezondheidstoestand en het welzijn van individuen. Het geeft een indicatie van de fysieke en mentale gezondheid en kan worden gebruikt om trends en patronen in de gezondheid van de bevolking te identificeren. Op statline geeft het CBS jaarlijks de  resultaten van de SF-12 voor de Nederlandse bevolking2.

De Nederlandse Hartregistratie gebruikt de SF-12 als instrument om de effectiviteit van behandelingen en interventies te evalueren.  Zie bijvoorbeeld jaarcijfers Coronairlijden of jaarcijfers Aortakleplijden op www.hartenvaatcijfers.nl.

Bij mensen met een chronische ziekte zoals een hart- en vaatziekten (HVZ) kan de SF-12 vragenlijst worden gebruikt om de kwaliteit van leven te meten en daarmee een beeld te krijgen van de ervaren gezondheid  in de populatie 1,3,4. 

In onderstaande bijdrage beschrijven we het effect van het hebben van een chronische HVZ op de ervaren gezondheidsgerelateerde ‘kwaliteit van leven’. 

 

Kader

SF-12

De SF-12 bestaat uit 12 vragen gericht op acht gezondheidsaspecten, namelijk lichamelijk functioneren, rolbeperkingen door lichamelijke gezondheidsproblemen, lichamelijke pijn, algemene gezondheid, vitaliteit (energie / vermoeidheid), sociaal functioneren, rolbeperkingen door emotionele problemen en mentale gezondheid1.

De scores van de twaalf vragen van de vragenlijst worden gecombineerd tot twee samenvattende scores: de Physical component score (PCS) en de Mental component score (MCS). De scores van de afzonderlijke vragen krijgen een weging  op een manier die rekening houdt met de bijdrage van elke vraag aan de fysieke en mentale component van de gezondheidstoestand. Om populaties met elkaar te kunnen vergelijken worden de samenvattende scores omgezet naar een normscores. Bij de ontwikkeling van de normscores is de Amerikaanse bevolking (Amerikaanse populatie 1995) als referentiegroep gebruikt. De score voor fysieke en normale gezondheid van de Amerikaanse bevolking bedraagt precies 50 met een SD van 10. Gemiddelde waarden onder de 50 wijzen op een minder goede fysieke / mentale gezondheid dan in die normpopulatie en waarden boven de 50 op een betere gezondheid.

 

Methode

Jaarlijks wordt door het CBS5,6  een gezondheidsenquête afgenomen bij het Nederlandse publiek. In de vragenlijst worden o.a. vragen gesteld over het hebben van een langdurige ziekten waaronder ook  het hebben van of ooit hebben gehad van een beroerte, een hartinfarct of een andere ernstige hartaandoening  zoals hartfalen of angina pectoris. 
Sinds 2021 wordt standaard de SF-12 meegenomen in de gezondheidsenquête. 

De volgende drie groepen onderscheiden we:

  1. De groep ‘HVZ’ bestaat uit mensen die behoren tot  één van onderstaande HVZ groepen:  
    A.      Groep beroerte: personen, van 12 jaar of ouder, met de antwoordcategorie 'ja' op de vraag: Heeft u ooit een beroerte, hersenbloeding of herseninfarct gehad?
    B.      Groep hartinfarct: Percentage personen, van 12 jaar of ouder, met de antwoordcategorie 'ja' op de vraag: Heeft U ooit een hartinfarct gehad?
    C.      Groep andere ernstige HVZ: percentage personen, van 12 jaar of ouder, met de antwoordcategorie 'ja' op de vraag: Heeft u op dit moment een andere ernstige hartaandoening, zoals angina pectoris of hartfalen, of heeft u dit in de afgelopen 12 maanden gehad?

  2. Een ‘gezonde’ groep (een groep zonder chronische aandoeningen)
    Personen die 'nee' antwoordden op de vraag: Heeft u/uw kind één of meer langdurige ziekten of aandoeningen? En 'nee' antwoordden op "heeft u of heeft u in de aflopen 12 maanden één van deze aandoeningen gehad; astma, chronische bronchitis, maag-darm stoornissen, suikerziekte, rugaandoening, reumatische/gewrichtsaandoeningen, migraine en kanker.  En "nee" antwoordden op de vraag: Heeft u ooit kanker gehad?" En niet tot de groep HVZ behoren.  

  3. De groep ‘Langdurige aandoeningen zonder HVZ’ 
    Personen die 'ja' antwoordden op de vraag: Heeft u/uw kind één of meer langdurige ziekten of aandoeningen?,  Of 'ja' antwoordden op "heeft u of heeft u in de aflopen 12 maanden één van deze aandoeningen gehad; astma, chronische bronchitis, maag-darm stoornissen, suikerziekte, rugaandoening, reumatische/gewrichtsaandoeningen, migraine en kanker.  Of "ja" antwoordden op de vraag: Heeft u ooit kanker gehad? Maar niet tot de groep HVZ behoren.

Op basis van de CBS Gezondheidsenquêtes van 2021 t/m 2022 worden de SF-12 Physical Component Score  (PCS) en Mental Component Score (MCS) berekend inclusief de betrouwbaarheidsintervallen. De data over HVZ en chronische aandoeningen zijn eveneens afkomstig uit de Gezondheidsenquêtes van 2021 t/m 2022.

Statische analyse 

De SF-12 fysieke en psychische normscores worden gepresenteerd naar leeftijd (18+ en 60+ jaar) en biologisch geslacht (man / vrouw). Groepen waarin de N kleiner is dan 100 worden door het CBS niet verstrekt. Met een ongepaarde t-toets wordt onderzocht of de 3 groepen op de Physical en Mental Component Score statistisch significant van elkaar verschillen. Bovenstaande analyses zijn uitgevoerd door het CBS. 

Met de verkregen data zijn aanvullende eigen bewerkingen gemaakt. Zo is er een t-toets gebruikt om significante verschillen tussen mannen en vrouwen in kaart te brengen. Om de klinische relevantie van de waargenomen verschillen tussen groepen in de Physical en Mental Component Score  te evalueren, werden effectgroottes berekend met Cohen’s d 7,8. Cohen's d wordt berekend door de verschillen tussen gemiddelden van de groepen te delen door de gepoolde standaarddeviatie. Een effectgrootte variërend van 0,00 tot 0,20 wordt beschouwd als verwaarloosbaar tot klein relevant, van 0,20 tot 0,50 als klein tot matig relevant, van 0,50 tot 0,80 als groot, en van 0,80 en hoger tot zeer groot relevant8.

Resultaten

Er zijn 14.813 mensen van 18 jaar en ouder uit de gezondheidsenquête van 2021 t/m 2022 geëxtraheerd met bekende scores op de SF-12. Hiervan hebben 1210 (8,1%) mensen van 18 en ouder aangegeven een HVZ te hebben. Hiervan is 61% man. Driekwart van de 18+ HVZ groep heeft een leeftijd van 60 jaar en ouder, van wie 60% man is.
6197 (41%) mensen hebben geen langdurige aandoening, ongeveer de helft hiervan is man. Een kwart van deze groep is 60+.
7406 (50%) mensen behoren tot de groep langdurige aandoening zonder HVZ. Iets minder dan de helft van de mensen heeft een leeftijd van 60+.

 

Mental en de Physical normscore Populatie 18+

In tabel 1 wordt voor de leeftijdsgroep 18+ de Mental en Physical Component Score incl. 95% betrouwbaarheid gepresenteerd naar geslacht voor de diverse (sub) groepen. 

 

Tabel 1. Mental en Physical Component score van de 18+ populatie.
  MCS         PCS      
  Beroerte
  N# Score 95% BI   N# Score 95% BI
Totaal (18+) 531 49,9 49,0 50,9   531 39,8 38,7 40,9
Mannen 294 50,1 48,8 51,4   294 41,3** 39,8 42,8
Vrouwen 237 49,7 48,3 51,1   237 38,2 36,6 39,7
                   
  Hartinfarct
Totaal (18+) 493 50,9 49,9 51,9   493 39,9 38,8 41,0
Mannen 375 51,9** 50,8 52,9   375 41,7** 40,5 42,9
Vrouwen 118 48,2 46,0 50,4   118 35,2 32,9 37,5
                   
  Andere hartaandoening
Totaal (18+) 410 49,7 48,6 50,7   410 36,6 35,5 37,7
Mannen 232 50,0 48,8 51,3   232 37,8* 36,3 39,3
Vrouwen 178 49,2 47,6 50,9   178 35,3 33,6 36,9
                   
  Groep 1. HVZ
Totaal (18+) 1210 50,3 49,6 50,9   1210 39,6 38,9 40,3
Mannen 740 51,0** 50,3 51,8   740 41,4** 40,5 42,2
Vrouwen 470 49,2 48,1 50,2   470 37,2 36,1 38,3
                   
  Groep 2. Geen langdurige aandoening
Totaal (18+) 6197 51,6 51,4 51,8   6197 54,3 54,2 54,4
Mannen 3324 52,3** 52,0 52,6   3324 54,4* 54,3 54,6
Vrouwen 2873 50,7 50,4 51,1   2873 54,1 53,9 54,3
                   
  Groep 3. Langdurige aandoeningen zonder HVZ
Totaal (18+) 7406 48,7 48,4 48,9   7406 46,4 46,1 46,6
Mannen 3187 49,6** 49,2 50,0   3187 47,5** 47,1 47,9
Vrouwen 4219 48,0 47,6 48,3   4219 45,5 45,2 45,9

# N betreft ongewogen aantallen, * P<0.05,  ** P<0.01

 

Tabel 2. Verschilscore Mental en Physical Componen Score  tussen de hoofdgroepen HVZ, geen langdurige aandoeningen en langdurige aandoeningen bij 18+ naar geslacht.
  Mental   Physical
  HVZ-Geen langdurige aandoeningen HVZ- langdurige aandoening   HVZ- Geen langdurige aandoeningen HVZ- langdurige aandoeningen
Totaal -1,4*** 1,6***   -14,7*** -6,8***
Mannen -1,3** 1,4**   -3,1*** -6,1***
Vrouwen -1,6** 1,2*   -16,9*** -8,3***

* P<0,05, ** P<.01,  ***P <0,001

 

We kunnen zien dat de Mental Compont Score van de groep HVZ (gem. 50,3)  significant lager is dan de groep geen langdurige aandoeningen (gem. 51,4) maar significant hoger is dan de groep langdurige aandoening zonder HVZ (gem. 48,4) (Tabel 2).  De effectgrootte zijn respectievelijk 0,13 en 0,14 en zijn daarmee klinisch niet relevant.

Wat betreft de Physical component Score zien we dat de groep met HVZ (gem. 39,6) significant verschilt van de groep geen langdurige aandoeningen (gem. 54,3) en met de groep langdurige aandoeningen zonder HVZ (gem. 46,4), (p<0,001) (Tabel 2). De effectgrootte zijn respectievelijk 1,55 en 0,57 dat klinisch als zeer relevant  en relevant aangemerkt kan worden.

In tabel 1 is zichtbaar dat bij de 3 hoofdgroepen vrouwen significant lager scoren dan mannen op de Physical en Mental Component Score. 

 

Mental en de Physical normscore Populatie 60+

In tabel 3 worden de resultaten van de leeftijdsgroep 60+ weergegeven voor de Mental en Physical Component Score incl. 95% betrouwbaarheid intervallen.

 

Tabel 3. Mental en Physical Component score van de 60+ populatie.
  MCS         PCS      
  Beroerte
  N# Score 95% BI   N# Score 95% BI
Totaal (60+) 398 51,2 55,2 52,2   398 38,2 37,0 39,5
Mannen 225 51,6 50,3 52,9   225 39,9** 38,2 41,6
Vrouwen 173 49,7 49,3 52,2   173 36,4 34,6 38,3
                   
  Hartinfarct
Totaal (60+) 405 51,9 50,9 52,9   405 39,9 38,6 41,1
Mannen 313 52,6 51,5 53,6   313 41,4 40,1 42,7
Vrouwen <100a - - -   <100a - - -
                   
  Andere hartaandoening
Totaal (60+) 324 50,9 49,9 51,9   324 36,0 34,8 37,3
Mannen 158 50,7 49,4 52,0   185 36,9 35,3 38,5
Vrouwen 139 51,1 49,5 52,7   139 35,0 33,1 36,9
                   
  Groep 1. HVZ
Totaal (60+) 938 51,5 50,9 52,2   938 38,9 38,1 39,7
Mannen 586 52,2** 51,4 53,0   586 40,6** 39,6 41,6
Vrouwen 352 50,6 49,6 51,7   352 36,5 35,3 37,8
                   
  Groep 2. Geen langdurige aandoening
Totaal (60+) 1495 54,4 54,0 54,7   1495 53,6 53,3 53,8
Mannen 795 55,0** 54,6 55,5   795 53,3* 53,0 53,7
Vrouwen 700 53,7 53,1 54,3   700 53,8 53,4 54,2
                   
  Groep 3. Langdurige aandoeningen zonder HVZ
Totaal (60+) 3345 51,9 51,6 52,2   3345 44,3 43,9 44,7
Mannen 1551 52,8** 52,4 53,2   1551 45,8** 45,2 46,3
Vrouwen 1794 51,2 50,8 51,7   1794 43,1 42,6 43,7

# N betreft ongewogen aantallen, * P<0.05,  ** P<0.01, a  Bij waarden onder de honderd wordt door CBS geen data geleverd.

 

Tabel 4. Verschilscore Mental en Physical Componen Score  tussen de hoofdgroepen HVZ, geen langdurige aandoeningen en langdurige aandoeningen bij 60+ naar geslacht.
  Mental   Physical
  HVZ-Geen langdurige aandoeningen HVZ- langdurige aandoening   HVZ- Geen langdurige aandoeningen HVZ- langdurige aandoeningen
Totaal -2,8*** -0,4   -14,7*** -5,4***
Mannen -2,8*** -0,6   -12,7*** -5,2***
Vrouwen -3,0*** -0,6   -17,3*** -6,6***

* P<0,05, ** P<.01,  ***P <0,001

 

We kunnen zien dat de Mental Component Score van de groep HVZ (gem. 51,5)  significant lager is dan de groep geen langdurige aandoeningen (gem. 54,4) en significant lager is dan de groep langdurige aandoening zonder HVZ (gem. 51,9) (Tabel 4).  De effectgrootte zijn respectievelijk 0,33 en 0,04 en zijn daarmee klinisch weinig tot niet relevant.

Wat betreft de Physical Component Score zien we dat de groep met HVZ (gem. 38,9) significant verschilt van de groep geen langdurige aandoeningen (gem. 53,6) en met de groep langdurige aandoeningen zonder HVZ (gem. 44,3), (p<0,001) (Tabel 4). De effectgrootte zijn respectievelijk 1,54 en 0,44 dat aangemerkt kan worden als zeer relevant en matig relevant.

In tabel 3 is zichtbaar dat bij de 3 hoofdgroepen vrouwen significant lager scoren op de Mental Component Scores dan mannen. Op Physical Component Scores is dit ook zichtbaar bij de groep HVZ en de groep langdurige aandoeningen zonder HVZ. 

 

Conclusie en discussie

Als we de Physical en Mental Component Score voor de groep HVZ vergelijken met de groep zonder langdurige aandoeningen, zien we zowel statistisch significante verschillen op de Physical Component Score als op de Mental Component Scores. Echter, de verschillen voor de Mental Component score zijn zeer klein en op basis van deze analyses niet als klinisch relevant gedefinieerd.

In de huidige analyses zijn klinisch relevante verschillen op de Physical Component Score te zien tussen de groep HVZ in vergelijking met zowel de groep zonder langdurige aandoeningen en de groep Langdurige aandoeningen zonder HVZ. 

Op basis van deze resultaten is te zien dat het hebben van een chronische HVZ de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven mogelijk kan beïnvloeden, waarbij zichtbaar is dat de fysieke component het meeste daalt.

Een bekend feit is dat vrouwen op de SF-12 in zijn algemeenheid lager scoren dan mannen. Dit patroon wordt ook waargenomen in de huidige studie.

Hart- en vaatziekten komen vooral voor op oudere leeftijd. We zien dit ook terug in de groep HVZ 18+, die voor driekwart bestaat uit mensen van 60+. De scores van de HVZ 18+ worden dus voor een groot deel bepaald door een oudere groep. Vanuit dit oogpunt is het goed om het effect van een hart- en vaatziekte op de ervaren gezondheid vooral te kijken naar de groep 60+.

Een gemiddelde waarde onder de 50 bij de SF-12 duidt op een verminderde gezondheid. Zowel in de leeftijdsgroep van 18+ als in de groep van 60+ vertonen de Physical Component Scores bij individuen met HVZ waarden onder de 50, wat wijst op een verminderde fysieke gezondheid. De Mental Component Scores zijn net iets boven de 50 en geven geen indicatie dat mensen met een HVZ mentaal slechter scoren dan de normgroep.

 

Literatuur

  1. Ware, John & Kosinski, M. & Keller, S. (1998). SF-12: How to Score the SF-12 Physical and Mental Health Summary Scales.
  2. https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85454NED/table?dl=926CD
  3. Floortje Mol, Aline J. Pelle,  Nina Kupper (20090 Normative data of the SF-12 health survey with validation using postmyocardial infarction patients in the Dutch population. Qual Life Res, 18:403–414.
  4. Delphine De Smedt, et all, (2013). Health related quality of life in coronary patients and its association with their cardiovascular risk profile: Results from the EUROASPIRE III survey. International Journal of Cardiology 168 (2013) 898–903.
  5. https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/diversen/2022/dataverzamelingsproces-gezondheidsenquete-leefstijlmonitor-2014-2021.
  6. https://www.cbs.nl/nl-nl/onze-diensten/maatwerk-en-microdata/microdata-zelf-onderzoek-doen/microdatabestanden/gecon-gezondheidsenquete-2022.
  7. Cohen,  J.  (1988). Statistical  power  analysis  for  the  behavioralsciences. Hillsdale, NJ: Lawrence Erlbaum Associates.
  8. Cohen, J. (1992). A power primer. Psychological  Bulletin, 112,155–159. doi:10.1037/0033-2909.112.1.155.