Stijgende trend in bloedtransfusies bij hartchirurgie
Ondanks de implementatie van Patient Blood Management (PBM)-richtlijnen nam het gebruik van bloedproducten bij hartchirurgie toe in de periode 2016–2023. Er werd aanzienlijke variatie in transfusiepercentages tussen centra gezien. De toegenomen kans op een rodebloedceltransfusie bleef bestaan na correctie voor bekende risicofactoren en verschillen tussen ziekenhuizen. Continue monitoring van transfusiepraktijken blijft belangrijk om trends in bloedproductgebruik te identificeren en verdere optimalisatie van bloedmanagement te ondersteunen.
C.M.Schaap, J.Schenk, S.Eberl, M.C.A.Müller, A.P.J. Vlaar, M.A.M, Beijk, M.A.P. Oudeman, M.M. Roefs, M. Ter Horst, H.Hermanns, on behalf of the Cardiothoracic Surgery Registration Committee of the Netherlands Heart Registration
Achtergrond
Bloedtransfusies komen veel voor bij hartchirurgie, vaak als gevolg van bloedverlies of stollingsproblematiek. Hoewel transfusies noodzakelijk kunnen zijn, worden zij ook geassocieerd met nadelinge uitkomsten. Om het gebruik van bloedproducten te beperken, zijn de afgelopen jaren richtlijnen voor Patient Blood Management (PBM) geintroduceerd. Deze richtlijnen richten zich onder andere op het optimaliseren van patienten voorafgaand aan een operatie, het verbeteren van de behandeling van bloedingen en het toepassen van restrictieve transfusiegrenzen.
Ondanks deze invoering van PBM richtlijnen was er beperkt inzicht in hoe transfusiepercentages en het gebruik van stollingsfactoren zich in de recente Nederlandse hartchirurgie hebben ontwikkeld. Dit onderzoek beschrijft daarom veranderingen in transfusiepercentages over de tijd, verschillen tussen centra en risicofactoren die samenhangen met rode bloedcel (RBC) transfusie.
Methode
Voor dit onderzoek zijn gegevens gebruikt uit de Nederlandse Hart Registratie (NHR). Alle volwassen patienten die tussen 2016 en 2023 een hartoperatie ondergingen in Nederland zijn geincludeerd (N = 110,366 ingrepen).
Onderzocht werden: 1) het percentage patienten dat RBC, plasma, trombocyten en stollingsfactoren (PCC, fibrinogeen en recombinant factor VIIa) ontving, 2) verschillen in transfusiepercentages over de tijd, 3) verschillen in transfusiepercentages tussen centra, en 4) risicofactoren die samenhingen met RBC transfusie.
Resultaten
RBC transfusie werden gegeven bij 30,6% van de hartoperaties. Er was een aanzienlijke variatie tussen centra waarbij het percentage RBC transfusie varieerde van 17,6% tot 39,4%. Voor plasma varieerde de percentages tussen 0,5% tot 29,4%, voor trombocyten van 6,1% tot 34,8%, voor PCC van 0,3% tot 24,5% en voor fibrinogeen van 1,8% tot 28,6%. Het mediane percentage RBC transfusies steeg van 27,7% naar 31,4%. Voor plasma steeg het mediane transfusiepercentage van 4,1% naar 11,4% en voor trombocyten van 14,1% naar 22,2%. Ook het gebruik van stollingsfactoren nam toe: het mediane percentage PCC gebruik steeg van 4,3% naar 8,3% en fibrinogeen van 11,4% naar 14,5%. Het gebruik van recombinant factor VIIa nam af. Deze toename in RBC transfusies bleef aanwezig na correctie voor bekende risicofactoren en verschillen tussen ziekenhuizen (OR 1,03; 95% CI: 1,02-1,04; p < 0,001).
Discussie
Het gebruik van alle bloedproducten en stollingsfactoren (met uitzondering van recombinant factor VIIa) nam toe tussen 2016 en 2023 ondanks de beschikbaarheid en landelijke implementatie van PBM richtlijnen. Hoewel gedurende de studieperiode meerdere factoren die samenhangen met transfusierisico vaker voorkwamen, zoals complexere operaties en spoedprocedures, verklaarden deze veranderingen de stijging in transfusiepercentages niet volledig. De resultaten laten zien dat landelijke monitoring van transfusiepercentages belangrijk blijft om veranderingen in transfusiepercentages tijdig te signaleren en verdere optimalisatie van bloedmanagement binnen de hartchirurgie te ondersteunen.

Figuur 1. Deze figuur toont de veranderingen in mediane transfusiepercentages van de verschillende bloedproducten over de periode 2016–2023. De lijnen geven de volgende bloedproducten weer: rood, rode bloedcellen; oranje, plasma; paars, trombocyten; blauw, protrombinecomplexconcentraat (PCC); groen, fibrinogeen; en bruin, recombinant factor VIIa (rFVIIa).
| Totaal N = 110,366 n (%) |
Variatie tussen centra, min-max transfusie % | |
|---|---|---|
| RBC | 30.930 (30,6) | 17,6 - 39,4 |
| Plasma | 10.463 (11,0) | 0,5 - 29,4 |
| Bloedplaatjes | 19.405 (20,3) | 6,1 - 34,8 |
| PCC | 6.565 (7,4) | 0,3 - 25,5 |
| Fibrinogeen | 11.969 (13,5) | 1,8 - 28,6 |
| Recombinant factor VIIa | 399 (0,5) | 0,0 - 2,9 |