Jaarcijfers behandeling van mitraliskleplijden
In dit hoofdstuk worden jaarcijfers voor mitralisklepchirurgie en transkatheter mitralisklepinterventies, met algemene trends in de patiëntkarakteristieken en uitkomsten gepresenteerd. Dit betreft de gegevens t/m 2025, afkomstig uit de Nederlandse Hart Registratie (NHR). Hierin verzamelen centra in de registraties cardiochirurgie en transkatheter hartklepinterventies (THI) informatie over de zorg voor patiënten met mitraliskleplijden.
namens de registratiecommissies Cardiochirurgie en THI van de Nederlandse Hart Registratie.
Methode
Voor mitralisklepchirurgie zijn binnen de NHR sinds 1995 gegevens beschikbaar. Sinds 2007 geldt er een landelijke verplichting voor het registreren van cardiochirurgische interventies in Nederland. Voor transkatheter mitralisklepchirurgie zijn binnen de NHR vanaf 2021 uitgebreide gegevens beschikbaar. Alle 15 Nederlandse hartcentra nemen deel aan het Waardegedreven Hartzorg (WHZ)-programma van de NHR. Zij publiceren op vrijwillige basis informatie over de kwaliteit van zorg, gemeten met behulp van de voor patiënten meest relevante uitkomstvariabelen.
De inclusiecriteria zoals toegepast voor selectie van patiënten, de analyses en de analysemethodiek zijn hier terug te vinden. De methodiek voor de selectie van de NHR-variabelensets is hier terug te vinden.
Resultaten
Mitralisklepchirurgie
Voor de geïsoleerde mitralisklepchirurgische behandelingen wordt in onderstaande figuur het verloop van het aantal uitgevoerde interventies in de afgelopen jaren weergegeven.

In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de patiëntkarakteristieken van alle binnen het WHZ-programma geregistreerde patiënten, die vanaf 2013 een geïsoleerde mitralisklepchirurgische behandeling hebben ondergaan.
| 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Actieve endocarditis | 8,6% | 8,9% | 7,6% | 9,4% | 10,0% | 8,8% | 10,8% | 11,5% | 11,7% | 9,1% | 8,8% | 8,8% | 9,7% |
| Atriumfibrilleren | 14,7% | 15,1% | 18,6% | 19,3% | 15,7% | 14,2% | 14,0% | 15,8% | 17,7% | 12,3% | 11,1% | 10,0% | 10,6% |
| Diabetes mellitus | 9,6% | 8,6% | 7,5% | 8,8% | 9,3% | 5,6% | 9,8% | 6,5% | 7,2% | 6,4% | 5,7% | 6,3% | 5,8% |
| Eerdere cardiochirurgie | 15,6% | 17,4% | 16,3% | 17,4% | 12,3% | 13,2% | 12,4% | 12,1% | 11,7% | 8,6% | 8,4% | 7,7% | 7,4% |
| Geslacht (man) | 62,2% | 57,0% | 61,0% | 58,2% | 62,4% | 60,2% | 62,1% | 61,0% | 63,9% | 63,9% | 60,4% | 63,7% | 64,5% |
| Leeftijd (≥ 75 jaar) | 15,4% | 18,4% | 17,5% | 17,6% | 17,4% | 18,2% | 16,2% | 19,9% | 18,5% | 18,4% | 17,1% | 17,6% | 18,9% |
| Linkerventrikelfunctie (< 30%) | 4,0% | 1,6% | 1,4% | 2,1% | 1,7% | 3,1% | 1,1% | 1,5% | 1,2% | 1,5% | 0,9% | 2,0% | 1,3% |
| Logistische EuroSCORE I (hoog > 19,5%) | 9,1% | 9,8% | 6,6% | 8,7% | 9,1% | 7,0% | 8,2% | 9,0% | 5,3% | 5,5% | 5,4% | 5,3% | 5,8% |
| Logistische EuroSCORE II (hoog > 9,5%) | - | - | 5,0% | 9,0% | 7,3% | 6,1% | 6,6% | 8,7% | 4,1% | 4,2% | 5,9% | 4,6% | 6,2% |
| Nierinsufficiëntie (eGFR < 60) | 25,5% | 27,7% | 26,4% | 29,5% | 27,6% | 27,4% | 22,9% | 25,5% | 20,5% | 19,2% | 24,3% | 21,6% | 22,4% |
| Recent myocardinfarct | 2,3% | 3,0% | 2,3% | 2,0% | 1,6% | 2,5% | 1,6% | 3,5% | 1,9% | 2,7% | 3,1% | 2,2% | 1,9% |
| Urgentie van de procedure (acuut) | 3,8% | 5,9% | 4,5% | 4,6% | 5,3% | 3,8% | 3,9% | 6,0% | 2,4% | 4,8% | 3,7% | 4,2% | 4,3% |
In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de verschillende ruwe uitkomsten per jaar.
| 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 30-daagse mortaliteit inclusief ziekenhuismortaliteit | 2,9% | 4,3% | 2,6% | 2,9% | 3,5% | 3,1% | 2,3% | 3,0% | 2,3% | 2,5% | 3,0% | 1,5% | 2,6% |
| 120-daagse mortaliteit | 3,4% | 5,8% | 4,1% | 4,3% | 4,6% | 4,4% | 3,1% | 4,3% | 3,9% | 4,2% | 4,5% | 1,7% | 3,1% |
| 1-jaars mortaliteit | 4,3% | 6,7% | 5,4% | 5,7% | 5,9% | 5,7% | 3,9% | 5,2% | 4,9% | 4,6% | 4,8% | 2,7% | - |
| CVA met restletsel tijdens opname | 0,3% | 1,2% | 1,5% | 0,6% | 1,8% | 2,0% | 1,2% | 0,2% | 1,8% | 1,3% | 1,3% | 0,7% | 0,4% |
| Postoperatieve mitralisklepinsufficiëntie (ernstig+matig) | - | 6,0% | 4,9% | 4,8% | 3,2% | 3,0% | 3,3% | 2,7% | 2,8% | 2,3% | 3,3% | 3,7% | 4,7% |
| Reïnterventie t.g.v. complicatie binnen 30 dagen¹ | 7,4% | 8,8% | 6,3% | 4,8% | 7,5% | 5,9% | 7,0% | 8,8% | 9,2% | 9,2% | 7,5% | 10,1% | 12,2% |
¹Vanaf Q3 2022 worden ook puncties geïncludeerd in de uitkomst "Reïnterventie t.g.v. complicatie binnen 30 dagen". Voor de volledige definitie zie NHR Handboek.
Tot slot wordt in onderstaande figuren de ontwikkeling van de kwaliteit van leven getoond van patiënten die een geïsoleerde mitralisklepchirurgische behandeling hebben ondergaan.


Transkatheter mitralisklepinterventies
Voor de transkatheter mitralisklepinterventies wordt in onderstaande figuur het verloop van het aantal uitgevoerde interventies in de afgelopen jaren weergegeven. Voor dit type interventies wordt een onderscheid gemaakt tussen Transcatheter Mitral Valve Repair (TMVr) (M-TEER en annuloplastieken) en Transcatheter Mitral Valve Implantation (TMVI).

In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de patiëntkarakteristieken van alle binnen het WHZ-programma geregistreerde patiënten, die vanaf 2021 een TMVr, M-TEER hebben ondergaan.
| 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Chronische longziekte | 15,1% | 18,8% | 15,5% | 14,2% | 14,0% |
| Eerder CVA | 7,9% | 8,6% | 6,9% | 10,1% | 10,2% |
| Eerdere cardiochirurgie | 19,2% | 20,9% | 15,7% | 19,2% | 16,4% |
| Geslacht (man) | 56,5% | 53,8% | 53,8% | 57,9% | 57,1% |
| Leeftijd (≥ 85) | 16,8% | 16,4% | 13,6% | 16,2% | 13,6% |
| (75 - 84) | 52,1% | 55,8% | 55,0% | 56,5% | 56,8% |
| (< 75) | 31,2% | 27,7% | 31,4% | 27,4% | 29,5% |
| Linkerventrikelfunctie (EF < 30%) | 15,6% | 12,6% | 13,3% | 10,4% | 9,2% |
| (EF 30-50%) | 43,6% | 37,2% | 39,0% | 32,5% | 36,6% |
| (EF > 50%) | 40,8% | 50,2% | 47,7% | 57,1% | 54,2% |
| Nierinsufficiëntie (eGFR < 60) | 60,7% | 61,6% | 58,6% | 59,3% | 61,3% |
| NYHA-klasse (I) | 4,5% | 2,6% | 6,5% | 4,1% | 6,6% |
| (II) | 38,5% | 32,7% | 32,4% | 34,6% | 38,3% |
| (III) | 52,2% | 59,9% | 53,4% | 55,3% | 47,5% |
| (IV) | 4,8% | 4,8% | 7,7% | 5,9% | 7,6% |
In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de verschillende ruwe uitkomsten per jaar.
| 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Procedurele mortaliteit | 0,0% | 2,1% | 0,6% | 0,9% | 0,5% |
| 30-daagse mortaliteit inclusief ziekenhuismortaliteit | 2,4% | 3,8% | 3,0% | 2,7% | 2,0% |
| 120-daagse mortaliteit | 8,2% | 10,3% | 7,5% | 7,0% | 8,5% |
| Conversie naar sternotomie tijdens interventie | 0,7% | 0,0% | 0,3% | 0,9% | 0,3% |
| CVA met restletsel tijdens opname | 0,0% | 0,0% | 1,2% | 0,3% | 0,3% |
| Major vasculaire complicatie tijdens opname | 0,4% | 1,4% | 2,0% | 0,5% | 0,9% |
Discussie
Mitralisklepchirurgie
Het aantal uitgevoerde geïsoleerde mitralisklepchirurgische behandelingen is relatief gelijk gebleven over de afgelopen periode. De meeste karakteristieken van de patiënten die geïsoleerde mitralisklepchirurgie ondergingen zijn relatief stabiel gebleven over de afgelopen periode. Het percentage patiënten dat voorafgaand aan de geïsoleerde mitralisklepchirurgische behandeling eerdere cardiochirurgie heeft ondergaan, is de afgelopen jaren afgenomen (van 15,8% in 2013 naar 7,4% in 2025). Daarnaast is een dalende trend waarneembaar voor het percentage patiënten met atriumfibrilleren (van 14,7% in 2013 naar 10,6% in 2025). Een mogelijke verklaring hiervoor is dat er vaker ritmechirurgie als behandelkeuze ingezet wordt, waardoor deze patiënten niet meer binnen de groep van geïsoleerde mitralisklepchirurgische behandelingen vallen.
Ook de ruwe uitkomsten zijn veelal stabiel gebleven. Meer dan de helft van alle patiënten rapporteert één jaar na de interventie een betere kwaliteit van leven, zowel fysieke als psychische gezondheid, dan voor de ingreep. De grootste winst lijkt te zitten op het gebied van de fysieke gezondheid.
Transkatheter mitralisklepinterventies
Het aantal uitgevoerde TMVr’s is sinds 2013 gestaag gegroeid met een piek in 2018. Vervolgens heeft er voor de jaren 2019 t/m 2021 een daling in het aantal uitgevoerde interventies plaatsgevonden. De coronapandemie heeft mogelijk invloed heeft gehad op het aantal uitgevoerde procedures in de jaren 2020 en 2021. Na 2019 ontstond er conflicterend bewijs over de uitkomsten na M-TEER (positieve COAPT trial en negatieve MITRA-FR trial), waardoor nadien terughoudendheid ontstaan is. Daarna is er meer ondersteunend bewijs gekomen voor M-TEER, zowel voor secundaire ventriculaire mitralisklepinsufficiëntie, als voor degeneratief kleplijden. Dit zal deels de stijging verklaren vanaf 2023.
Voor de patiëntkarakteristieken zijn op basis van deze jaren aan data geen duidelijke verschuivingen te zien.
De ruwe uitkomsten laten zien dat de TMVr een veilige procedure is met weinig kans op complicaties. De komende jaren zullen data over uitkomsten blijvend verzameld worden, om de monitoring van uitkomsten over meerdere jaren mogelijk te maken.