Medicijnen gebruik bij hart- en vaatpatiënten: wat patiënten ervaren
Patiënten met een hart- en vaatziekten gebruiken veelvuldig medicijnen. Hoe waardevol zijn deze medicijnen en welke last ervaren patiënten door het gebruik van medicijnen? We zien dat dagelijks innemen goed lukt, maar bijwerkingen, zorgen en praktische gevolgen kunnen het leven met medicatie soms zwaar maken.
Annette Roijaards, Ilse G.J. Verstraaten, Noa Rosenberg, Raymond H. Wimmers
Hartstichting, Den Haag
Inleiding
Vragen over medicijnen komen vaak binnen bij de Hartstichting, zowel van patiënten, onderzoekers als van beleidsmedewerkers in de zorg. Bij die laatste twee groepen gaat het dan vaak over het perspectief van hart- en vaatpatiënten op medicatiegebruik. Om hier zicht op te krijgen heeft de Hartstichting in maart 2026 een onderzoek uitgevoerd onder mensen met een hart- of vaataandoening.
Methode
Het onderzoek bestond uit een online vragenlijst, verspreid via de Hartnieuws Online en het Hartstichting Panel. De vragenlijst richtte zich op de voordelen en de ervaren lasten van het gebruik van medicijnen. Er waren achttien last-items met vier geordende categorieën: geen last, een beetje last, veel last en heel veel last. Voor ordinale toetsen zijn deze gecodeerd als 0 tot en met 3. Veel of heel veel last is aanvullend samengevoegd tot een hoge-lastindicator.
Voor geslacht zijn alleen vrouw en man vergeleken. Leeftijd is samengevoegd tot vier groepen: jonger dan 50 jaar, 50 tot en met 64, 65 tot en met 79 en 80 jaar of ouder. Opleiding is samengevoegd tot lager opgeleid, middelbaar opgeleid en hoger opgeleid.
Uitkomsten worden beschreven in percentages. Verschillen op geslacht zijn getoetst met de chi-kwadraattoets.
Profiel van de deelnemers
In totaal hebben 2.707 respondenten het onderzoek volledig afgerond. 53% vrouw en 47% man. Bijna 59% van de respondenten is 65 tot en met 79 jaar en nog eens circa 10% is 80 jaar of ouder. Samen is ongeveer 69% dus 65 jaar of ouder. Van de deelnemers is 14% lager opgeleid, 35% middelbaar opgeleid en 51% hoger opgeleid. Bij de interpretatie van de uitkomsten moet rekening worden gehouden met de samenstelling van de steekproef. De resultaten worden vooral bepaald door oudere respondenten, met name deelnemers van 65 tot en met 79 jaar, en door relatief hoogopgeleide deelnemers. Vertaling naar respondenten jonger dan 50 jaar, respondenten van 80 jaar en ouder en lager opgeleide doelgroepen vraagt voorzichtigheid.
Vanwege deze scheve verdeling worden de resultaten alleen uitgesplitst naar verschillen tussen mannen en vrouwen.
Resultaten
Medicijn gebruik
Van de respondenten gebruikt 95% twee of meer medicijnen. Mannen gebruikten gemiddeld 3,6 medicijnsoorten (SD = 1,4) en vrouwen gemiddeld 3,3 medicijnsoorten (SD = 1,5). Meer dan de helft van de respondenten gebruikt langer dan vijf jaar medicijnen op recept voor hart en bloedvaten.
Antistolling is het meest gebruikte medicijn (84%) gevolgd door cholesterolverlagers (66%), bètablokkers (56%) en bloeddrukverlagers (50%).
Ervaren voordelen van medicatie
44% zegt veel voordeel te ervaren en 29% een beetje voordeel. Samen ervaart 73% dus minimaal enig voordeel. Daartegenover staat 18% die geen voordeel ervaart en 9% die het niet weet. Medicatie wordt vooral gewaardeerd als bescherming, controle en toekomstperspectief, niet alleen als middel tegen klachten.
Het ervaren van last in verschillende situaties
Het zwaartepunt ligt bij ervaren bijwerkingen, onzekerheid over gevolgen en continuïteit van medicatie. Sociale en communicatieve belasting is een duidelijke secundaire laag.
Bijwerkingen vormen de top (22% zware last), gevolgd door zorgen over de lange termijn (14%) en wisselen van medicijn of merk (13%). Deze drie zijn ook de enige situaties waar geen last onder de 60% komt. Praktische gebruiksproblemen scoren structureel laag, rond 1 tot 2% zware last. Tegelijk blijkt dat medicijngebruik niet alleen medisch en praktisch is, maar ook een duidelijke sociale dimensie heeft.
Vrouwen geven op 2 onderdelen na hogere lastscores. Soms zijn de verschillen tussen mannen en vrouwen statistisch significant, maar de effectscores zijn steeds klein. Daardoor zijn deze verschillen in de praktijk minder relevant.
Ernst en frequentie
Dagelijks is de meest gekozen frequentie van voorkomen van het door respodent aangegeven grootste probleem (39%), gevolgd door heel af en toe (30%). De mediaan is wekelijks en de modus is dagelijks. In totaal geeft 55% aan dat het probleem wekelijks of dagelijks speelt. De gemiddelde ernstscore is 5,5 en de meest gekozen score (modus) is 8 (17%). De spreiding is breed (SD 2,9; Q1 = 3 en Q3 = 8,0), wat wijst op sterk uiteenlopende ervaren ernst. In totaal geeft 45% een score van 7 tot en met 10 en 29% geeft een score van 1 tot en met 3. De combinatie tussen frequentie en ernst laat zien dat medicatielast vooral structureel en zwaar wordt wanneer klachten dagelijks terugkomen.
Conclusie
- Medicijngebruik is in deze doelgroep langdurig, intensief en vaak complex. Antistollingsmedicijnen, cholesterolverlagers, bètablokkers en bloeddrukverlagers vormen de kern van het gebruik. Veel respondenten gebruiken al jaren hart- en vaatmedicatie en bijna alle respondenten gebruiken meerdere receptmedicijnen. Polyfarmacie is daarmee eerder regel dan uitzondering.
- Medicatie wordt door veel respondenten niet alleen gewaardeerd vanwege directe klachtvermindering, maar vooral als middel om grip te houden op gezondheid, risico’s en toekomstperspectief.
- De meeste respondenten ervaren geen of beperkte last van hun medicijnen, maar de groep die wél veel last ervaart, heeft vooral te maken met bijwerkingen, zorgen over gevolgen op lange termijn en wisselingen van medicijn of merk. De belangrijkste verbeteropgave ligt daarom minder bij dagelijkse gebruiksinstructies en meer bij begeleiding rond ervaren klachten, onzekerheid, vertrouwen en continuïteit van medicatie.
- De ernst- en frequentieanalyse laat zien dat medicatielast vooral zwaar wordt wanneer klachten vaak terugkomen of dagelijks aanwezig zijn.
