index icon
Index

Obesogene omgeving en het risico op hart- en vaatziekten

Naar extern artikel

De inrichting van de directe woonomgeving in Nederland hangt samen met het risico op hart- en vaatziekten (HVZ). Mensen die wonen in obesogene buurten met meer ongezonde eetopties en minder mogelijkheden voor lichamelijke activiteit hebben een vijf procent hogere kans om binnen tien jaar HVZ te ontwikkelen dan bewoners van gezondere buurten. Dit betekent dat hart- en vaatziekten niet alleen het gevolg zijn van individuele keuzes, maar ook samenhangen met structurele kenmerken van wijken en steden. Een risicoverschil van ongeveer vijf procent lijkt beperkt, maar vertaalt zich in de praktijk naar duizenden extra gevallen van hart- en vaatziekten op nationaal niveau. Dit legt extra druk op de zorg en vergroot gezondheidsverschillen tussen buurten. De bevindingen onderstrepen daarom het belang van populatiegerichte preventie, zoals vergroening, betere loop- en fietsinfrastructuur en betere toegang tot gezonde voeding. Door de leefomgeving gezonder in te richten kan Nederland mogelijk obesitas, maar ook de toekomstige ziektelast door hart- en vaatziekten structureel verminderen.

Paul Meijer, Mingwei Liu a, Thao Minh Lam, Yvonne Koop, Maria Gabriela M. Pinho, Ilonca Vaartjes, Joline WJ. Beulens, Diederick E. Grobbee, Jeroen Lakerveld, Erik J. Timmermans.

Inleiding

De directe woonomgeving kan gezond gedrag stimuleren, maar ook juist belemmeren. Of er gezonde eetopties zijn, of je makkelijk kan wandelen en fietsen: zulke omgevingsfactoren beïnvloeden bewust dan wel onbewust onze dagelijkse keuzes. Daarom groeit de aandacht voor omgevingsfactoren die bijdragen aan obesitas (obesogeen) en daarmee ook aan het risico op hart- en vaatziekten (HVZ). In deze studie onderzochten de onderzoekers in hoeverre kenmerken van de leefomgeving samenhangen met het risico op het ontwikkelen van HVZ.

Methode

Voor deze studie werden gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gebruikt. De studiepopulatie bestond uit ruim vier miljoen volwassenen van 40 jaar en ouder zonder voorgeschiedenis van HVZ. Deze gegevens werden gekoppeld aan gedetailleerde geografische informatie over voorzieningen en infrastructuur rondom elk woonadres. Op basis van ziekenhuisopnames en doodsoorzaken werd vastgesteld welke personen gedurende een follow-upperiode van 14 jaar (2006–2019) hart- en vaatziekten ontwikkelden.
Er werd gebruikgemaakt van de zogeheten OBCT-index: een samengestelde maat voor obesogene kenmerken van de woonomgeving. Deze index combineert geografische informatie over voorzieningen en infrastructuur in de directe nabijheid van het woonadres. Zo omvat de index onder andere het aantal fastfoodrestaurants en supermarkten in een buurt, maar ook de mate waarin de omgeving uitnodigt tot bewegen, zoals de aanwezigheid van groen, sportvoorzieningen en goede mogelijkheden om te lopen of te fietsen. De index score varieert van 0 tot 100, waarbij een hogere score wijst op meer ongezonde eetopties en minder mogelijkheden voor lichamelijke activiteit.
Het verband werd geanalyseerd tussen de OBCT-index en het risico op HVZ. Daarbij werd rekening gehouden met relevante achtergrondkenmerken, zoals leeftijd, geslacht en inkomensverschillen, om verstorende invloeden zoveel mogelijk te beperken.

Resultaten

Uit de analyses blijkt dat mensen die wonen in de meest obesogene buurten bijna vijf procent meer kans hebben om binnen tien jaar hart- of vaatziekten te ontwikkelen dan bewoners van de minst obesogene buurten. Dit verband werd niet alleen gevonden voor HVZ in het algemeen, maar ook voor specifieke aandoeningen zoals coronaire hartziekten, beroerte en hartfalen.
Een risicoverschil van vijf procent lijkt op het eerste gezicht beperkt, maar heeft op bevolkingsniveau een aanzienlijke impact. In een stad met 500.000 inwoners kan dit volgens de berekeningen leiden tot enkele honderden extra gevallen van HVZ binnen tien jaar. Op landelijk niveau loopt dit aantal op tot duizenden extra patiënten. De bevindingen sluiten aan bij eerder onderzoek van dezelfde onderzoekers, waarin obesogene buurten al in verband werden gebracht met een hogere kans op overgewicht/obesitas en hoge bloeddruk.

Discussie 

De resultaten van deze grootschalige studie bevestigen dat kenmerken van de fysieke leefomgeving samenhangen met langdurige risico’s op hart- en vaatziekten. Wonen in een obesogene omgeving lijkt bij te dragen aan ongunstige, gewichtsgerelateerde gezondheidspatronen, die op hun beurt het risico op HVZ verhogen. Omdat de leefomgeving in principe beïnvloedbaar is via stedelijke planning en publieke gezondheidsmaatregelen, bieden deze bevindingen aanknopingspunten voor preventie op populatieniveau. Denk hierbij aan vergroening van wijken, betere loop- en fietsinfrastructuur en een beter aanbod van gezonde voedselvoorzieningen.
Tegelijkertijd kent de studie enkele beperkingen. Door het observationele karakter kan geen directe oorzaak-gevolgrelatie worden vastgesteld. Het waargenomen verband kan deels worden beïnvloed door niet-gemeten factoren, zoals individuele leefstijl (bijvoorbeeld roken en alcoholgebruik) en aspecten van sociaaleconomische status, ondanks correcties in de analyses. Daarnaast is de OBCT-index een samengestelde maat, waardoor sommige omgevingsaspecten mogelijk onvoldoende worden meegewogen en de interpretatie van de scores enige subjectiviteit kent. Tot slot richtte het onderzoek zich op volwassenen die gedurende de onderzoeksperiode op hetzelfde adres bleven wonen, waardoor effecten van verhuizen en veranderingen in de leefomgeving over de tijd niet zijn meegenomen.
Ondanks deze beperkingen onderstreept de studie het belang van een gezonde leefomgeving als onderdeel van een brede strategie om hart- en vaatziekten te voorkomen.

 

2026_obesogene_omgeving.jpg

Figuur 1. Verbanden tussen trajecten van de beloopbaarheid van de buurt en daaropvolgende cardiovasculaire uitkomsten, gestratificeerd naar leeftijdsgroep, urbaniteit en verhuizing.
CVD, hart- en vaatziekten; CHD, coronaire hartziekte; HF, hartfalen; p = p-waarde voor interactie; CI, betrouwbaarheidsinterval .