index icon
Index

Anemie en transfusie bij endocarditisoperaties: landelijke Nederlandse cijfers

Naar extern artikel

Maar liefst 85% van de patiënten heeft bloedarmoede voorafgaand aan de operatie. Hoewel anemie op zichzelf de sterfte beïnvloedt, bleek een rode bloedceltransfusie een onafhankelijke voorspeller voor een hogere 30-dagen en 1-jaars mortaliteit.

J S Breel, C Bozic, T Alberts, M Strypet, F J Mansvelder, P Schober, O Kamp, S M Boekholdt, R J M Klautz, M C A Müller, T W van der Vaart, W Tanis, M van der Stoel, M W Hollmann, S Eberl, H Hermanns on behalf of the Dutch Perioperative Infective Endocarditis Research Group and the Cardiothoracic Surgery registration committee of the Netherlands Heart Registration

Achtergrond

Infectieuze endocarditis (IE) is een ernstige infectie van de hartkleppen die gepaard gaat met een hoge morbiditeit en mortaliteit. Een groot deel van de patiënten moet een hartoperatie ondergaan om de infectiebron te saneren of de klepfunctie te herstellen. Preoperatieve bloedarmoede (anemie) is een bekende complicatie bij IE-patiënten door de chronische ontstekingsreactie. Hoewel bloedtransfusies levensreddend kunnen zijn, is er steeds meer aandacht voor de potentieel nadelige effecten van transfusies op de klinische uitkomsten. Dit onderzoek richt zich op de prevalentie van anemie en de impact van rode bloedceltransfusies (RBCT) op de korte- en langetermijnoverleving van de Nederlandse IE-populatie.

Methode

Data uit de Nederlandse Hart Registratie (NHR) is gebruikt, waaruit een cohort is samengesteld van 2480 volwassen patiënten die tussen 2013 en 2021 een hartoperatie ondergingen vanwege infectieuze endocarditis. Er is beschrijvende statistiek voor patiëntkenmerken uitgevoerd en een multivariabele logistische regressie toegepast om onafhankelijke voorspellers voor de 30-daagse mortaliteit te identificeren. Cox-proportional hazards modellen zijn gebruikt voor de analyse van de 1-jaars mortaliteit.

Resultaten

Met 85% is anemie bijna universeel bij Nederlandse IE-patiënten. Vrouwen presenteren zich vaker met anemie en ontvangen vaker een transfusie dan mannen. Er is een duidelijke trend zichtbaar waarbij zowel de aanwezigheid van anemie als het ontvangen van een bloedtransfusie geassocieerd is met een slechtere prognose. Een opvallende bevinding is dat transfusie een onafhankelijke voorspeller is voor sterfte, zelfs na correctie voor de ernst van de anemie en de complexiteit van de operatie.
De trend wijst op de noodzaak van 'Patient Blood Management'. Het proactief behandelen van preoperatieve anemie (indien de klinische status dit toelaat) zou de afhankelijkheid van transfusies en daarmee de uitkomsten kunnen verbeteren.

Conclusie

De trend wijst op de noodzaak van 'Patient Blood Management'. Het proactief behandelen van preoperatieve anemie (indien de klinische status dit toelaat) zou de afhankelijkheid van transfusies en daarmee de uitkomsten kunnen verbeteren.

 

  Total geen anemie milde anemie gematigde anemie ernstige anemie P waarde
  n=2480 n=374 n=779 n=1257 n=70  
Transfusie            
 Rode bloed cellen 1946 (78.7) 176 (47.1) 535 (68.7) 1166 (93.2) 69 (98.6) <0.001
 Plasma 762 (32.5) 102 (29.3) 214 (29.0) 414 (34.7) 32 (45.7) 0.003
 Trombocyten 1062 (45.2) 143 (41.1) 310 (42.1) 567 (47.6) 42 (60.0) 0.003
Stollingsfactoren            
 Fibrinogeen concentraat 396 (18.0) 70 (21.3) 111 (16.1) 200 (18.0) 15 (22.4) 0.177
 Prothrombinecomplex concentraat 509 (23.2) 58 (17.6) 147 (21.3) 285 (25.6) 19 (28.4) 0.008
 Recombinante factor VIIa 20 (0.9) 6 (1.8) 4 (0.6) 10 (0.9) 0 (0) 0.215
 ROTEM/TEG gebruikt 1293 (58.2) 172 (51.8) 387 (55.7) 693 (61.4) 41 (61.2) 0.006

Tabel 1. Transfusie en stollingsmanagement in patiënten die klepchirurgie met endocarditis ondergaan.